![]() |
Vanaf
2000 heeft een team van Nederlandse, Griekse en Sloveense stafleden
en studenten veldwerk verricht op de antieke site Tanagra en haar
omgeving. Het veldwerk bestaat uit on-site en off-site survey evenals
geofysisch onderzoek. Specialisten bestuderen het aardwerk dat tijdens
het veldwerk verkregen is. Het doel van het project is om de historische
ontwikkeling van de bewoning in de stad te onderzoeken en de relatie
met de onmiddellijke omgeving. De survey verschaft ook nuttige informatie
voor het behoud en management van Tanagra en andere sites in Boiotia. |
Tanagra
werd voor het eerste bewoond in het Neolithicum door een kleine groep
boeren en er is bewijs dat hetzelfde soort kleine nederzettingen ook
in de Bronstijd bestonden. De stad lijkt voor het eerst bewoond te
zijn geweest in de Laat-Geometrische/Vroeg-Archaïsche periode
(rond 700 v.Chr.), De omvang van de stad in deze periode is onbekend.
In de Klassieke periode was de stad omvangrijk en van aanzienlijke rijkdom. In de Vroeg-Romeinse periode was er een vermindering van de populatie in het hele zuiden van Griekenland en het is waarschijnlijk dat Tanagra kleiner en minder bevolkt werd, net als andere steden in de regio. In de Laat-Romeinse periode daarentegen groeide de stad weer en het grootste deel van de oppervlakte vondsten zijn te dateren tot deze periode. Het was ook in deze periode dat de klassieke fortificaties van de stad gerepareerd werden als reactie op barbaarse invallen die Griekenland teisterden. Na de Laat-Romeinse periode was de extensieve bewoning van de stad voorbij en voor de Byzantijnse periode is er slechts bewijs voor sterk verspreide boerderijen. Gedurende de Midden-Ottomaanse periode bestond er op de akropolis slechts een klein gehucht, bestaande uit vier longhouses. Het bewijs voor het platteland komt overeen met dat voor de stad; met grote expansie van bewoning in de Archaïsche en Klassieke periode, een afname in de Laat-Hellenistische en Vroeg-Romeise periode en opnieuw bloei in de Laat-Romeinse periode. Het surveyproject, d.m.v. onderzoek naar het zogenaamde offsite aardewerk, een tapijt van gebroken scherven met een lagere dichtheid dan in de nederzettingen, maar nog steeds significant genoeg om duidelijk menselijke activiteit aan te geven, heeft een aantal interessante nieuwe inzichten verschaft in het landbouw systeem van het achterland van de klassieke stad. Dit offsite aardewerk heeft de hoogste dichtheid aan de rand van de stad. Verder weg vermindert de dichtheid geleidelijk en na 2 kilometer is er vrijwel geen aardewerk meer te vinden. Een verklaring voor dit fenomeen kan gevonden worden in de bemesting van de gebieden rondom de stad. De inwoners van Tanagra sloegen hun afval op in de velden voor recycling om zo hun land vruchtbaar te maken. De organische componenten zijn nu lang verdwenen, maar een tapijt van gebroken aardewerk blijft over. Dit systeem van bemesting is nog niet exact gedateerd voor Tanagra, maar de stad Thespiae kent een gelijk fenomeen dat behoort tot de Klassieke periode en overeenkomt met de expansie van de grootte en populatie van de stad. |
|