Het vijfjarige
project wordt gefinancierd door de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk
Onderzoek (NWO) en heeft als doel het chronologische kader van de MH periode
te verfijnen, het karakter van zijn sociale organisatie omschrijven en de
veranderende link tussen verwantschap en status tijdens de periode vast
te stellen.
Het team van de RUG onderzoekt de transformatie van persoonlijke, sociale,
etnische en culturele identiteiten en heeft bovendien ten doel om methoden
te ontwikkelen om slechts op materiele basis deze ogenschijnlijk ongrijpbare
begrippen te reconstrueren. Hiermee sluit het direct aan op een onderwerp
van hevig debat in de hedendaagse archeologische theorie: de conceptualisatie
van de persoon en zijn rol in bredere processen van verandering. Het project
heeft hierdoor een relevantie die zich uitstrekt ver buiten de Egeïsche
archeologie. Belangrijke theoretische onderwerpen die aan bod zullen komen
zijn de interpretatie van funeraire data, de verklaring van verandering
en de reconstructie van de begrippen persoon en persoonlijkheid zoals deze
door verleden maatschappijen werden gedefinieerd.
Het project is verdeeld in een aantal subprojecten. Door middel van DNA
analyse zullen de sekse van de overledenen en de familierelaties tussen
individuen en groepen begravingen vastgesteld worden. De C-14 datering heeft
als doel om een overzicht te krijgen van data van elke MH site in de Argive
vlakte. Om een beeld te krijgen van de verschillen in dieet en voeding zal
er een analyse worden uitgevoerd van de stabiele isotopen van carbon en
stikstof. Verder komt er, volgend op een onderzoek uitgevoerd door J.L.
Angel in de jaren 60 en 70, een heronderzoek van de MH skeletten van Lerna,.
Door de analyse van afbeeldingen geïntroduceerd aan het eind van de
MH periode, tracht men de sociale strategieën, gender identiteiten
en culturele normen die ten grondslag liggen aan de representatie van de
menselijke figuur te achterhalen.
Verder dient een studie van huisassemblages van Asine, Lerna en Argos-Aspis
om inzicht te verschaffen in de omvang van differentiatie binnen en tussen
gemeenschappen en om data van nederzettingen en van begravingen met elkaar
te vergelijken.