De stad Nieuw Halos
was gesitueerd in Achaia Phthiotis in Thessalia. Haar territorium strekte
zich uit tot het grootste gedeelte van berg Óthris en de Soúrpi
vlakte en deelde de Almirós vlakte met de stad Phthiotic Thebai.
Beide vlaktes hebben een lange geschiedenis van bewoning die teruggaat
tot het Neolithicum.
Twee steden waren bekend onder de naam Halos. Het klassieke Halos bevond
zich aan de Pagasitische golf en werd in 346 v. Chr. verwoest door Parmenion,
een generaal van Philippos II. Hellenistisch Nieuw Halos bevond zich verder
in het binnenland, zo’n twintig kilometer verwijdert van zijn voorganger.
De stad was bewoond van 302 v. Chr. tot 265 v. Chr., een periode van grote
welvaart voor Thessalia.
Demetrios Poliorketes ofwel de Macedonische koning Kassandras stichtte
Nieuw Halos. Beider soldaten waren gelegerd in het gebied waar later Nieuw
Halos werd gebouwd en men kan niet met zekerheid zeggen welke van beiden
verantwoordelijk was voor de uiteindelijke stichting van de stad. De reden
voor het verlaten van Nieuw Halos in 265 v. Chr. blijft vooralsnog onduidelijk,
maar de hoeveelheid aardwerk in situ suggereert een overhaast vertrek
van de bewoners. Aangezien de Almirós vlakte in een tektonisch
actief gebied ligt, wordt een aardbeving nu gezien als de meest waarschijnlijke
oorzaak.
![]() |
Nieuw
Halos bestond uit een benedenstad van ongeveer 40 hectaren en een
akropolis. De benedenstad werd omgeven door een vierkante enceinte
van 700 x 700 m., versterkt met 68 torens. Men kon de stad binnengaan
door twee grote poorten van het courtyard-type en een aantal zij-ingangen.
Twee muren liepen vanaf de enceinte omhoog naar een akropolis met
een omvang van ongeveer 200 meter, die via een smalle poort aan
de noordzijde bereikt kon worden. Nog eens 50 torens versterkten
de muren van deze akropolis. |
De indrukwekkende Southeast Gate keek uit op de Soúrpi vlakte en bood toegang tot de bovenstad. Twee massieve torens stonden aan beide zijden van de poort. De beide torens waren twaalf meter hoog. De achterkant van twee massieve muren vormden samen een binnenplaats. De poort vormt hierdoor een fraai voorbeeld van het zogenaamde courtyard-type. De bovenste kamer was open om het plaatsen van katapulten mogelijk te maken, terwijl in de onderste kamer plaats was voor boogschutters. De fundering van de poort was geheel gemaakt van kalksteen; de structuur erboven bestond waarschijnlijk uit bakstenen van leem. Na de verwoesting van de stad in 260 v.Chr. werd de Southeast Gate bewoond. Het gebouw werd uiteindelijk verlaten in 220 v.Chr., waarschijnlijk naar aanleiding van een brand. Dit wordt gesuggereerd door een aantal verbrande artefacten in situ.
De
hoofdweg verdeelde de stad in een noordelijke en een zuidelijke
helft, met 14 straten die van oost naar west liepen en drie hoofdwegen
die van noord naar zuid liepen. De straten scheidden blokken met
huizen van gelijke breedte, maar verschillende lengte. Tijdens de
opgraving van Nieuw Halos zijn de overblijfselen van huizen en gebouwen
gevonden. De huizen met een omvang van 15 x 15 m stonden aan de
uiteinden van de huizenblokken en kleinere huizen stonden daar tussenin.
|
![]() |
Zes van
deze huizen uit de benedenstad, daterend uit de periode van bestaan van
Nieuw Halos (302-265 v.Chr.), zijn opgegraven. Munten zijn gevonden in
alle zes de huizen. In de Hellenistische periode werden er in Nieuw Halos
munten geslagen, evenals in de klassieke stad daarvoor. De distributie
van deze munten vond alleen in de stad zelf plaats en wellicht in een
aantal stadstaten in de buurt. Enkele emissies van steden in de buurt
werden echter ook in Nieuw Halos gedistribueerd. Er zijn geen zilveren
munten gevonden in dit gebied, wat waarschijnlijk betekent dat de steden
afhankelijk waren van buitenlandse emissies voor externe handel en ruilhandel.
Sinds 1990 wordt er een survey van de Almirós en Soúrpi
vlakte uitgevoerd. Voor meer informatie
klik hier.